Het landschap van Servië en Montenegro is zeer gevarieerd. In het noorden, de provincie Vojvodina, komen zacht glooiende vruchtbare vlakten voor; in het oosten en zuidoosten bergketens en in het zuidwesten zeer hoge kustlijnen; de Boka Kotorska is de meest zuidelijke fjord van Europa. De kustlijn van Montenegro bestaat voor 53 kilometer uit stranden en is verder zeer grillig met vele baaien en inhammen. Langs de hele kuststreek doet zich het karstlandschap voor: een kaal bergland van kalksteen.
Ca. 28% van het totale grondgebied is bedekt met bossen; blikvanger zijn de zeer uitgestrekte bossen van Šumadija in het hart van Servië.
De Dinarische Alpen vormen een natuurlijke barrière tussen de Adriatische Zee en het Joegoslavische binnenland. De enorme kalkstenen toppen van deze berg vormen een keten van Slovenië tot Albanië.
De hoogste berg van Servië en Montenegro is de Daravica in het Kopaonik-massief, met 2656 meter. De hoogste top van Montenegro (2522 m) ligt in het Durmitor Nationaal Park en is de Bobotov Kuk ofwel Mount Dormitor. Andere hoge bergen in het Durmitor Nationaal Park zijn de Savin kuk (2313 m), de Crevena kuk (2175 m), de Meded (2287 m) en de Planinica (2330 m). In totaal liggen hier 48 toppen van meer dan 2000 meter. De ravijn waar de Tara-rivier doorstroomt is tot 1300 meter diep en daarmee de diepste van Europa. Het nationale park Durmitor staat op de Werelderfgoedlijst van de Unesco.
De republiek heeft veel rivieren, die een totale lengte van 3180 km hebben en op twee na allemaal in de Donau uitkomen. De langste rivier is de Donau, die 589 km door Servië stroomt. De belangrijkste voedingsrivieren voor de Donau zijn de Sava, de Tisa en de Morava. De Sava stroomt 206 km door Servië en de Drina vormt de grens tussen de Servië en Bosnië-Herzegovina.
Montenegro telt 40 meren waaronder het grootste meer van de gehele republiek, het Skadarmeer (391 km2). Tweederde van dit meer behoort tot Servië en Montenegro, eenderde tot Albanië.
